“Zwemmen als een rat, klauteren als een eekhoorn, loopen als een kievit en onversaagd als een leeuw; de verpersoonlijking van den Hollandschen jongen”. Zo beschreef een krantenartikel uit 1927 Michel Nuijens. Ook zonder zijn bijnaam “Belle Mies” doet hij meteen denken aan de legendarische Pietje Bell uit de boeken van Chris van Abkoude.
De wieg van Michel Nuijens stond op Staat. Bij zijn geboorte in 1890 kreeg hij de achternaam van zijn ongehuwde moeder; zijn vader heeft hij nooit gekend. In huize Nuijens kon het er af en toe ruig aan toe kon gaan. Zo vond in 1906 een geruchtmakend schietincident met een revolver plaats in het ouderlijk huis van Michel. De jongen hield van kattenkwaad en hoewel hij zijn handen los in de zakken had, gaf hij in zijn jeugd al blijk van moed. In januari 1907 was de elfjarige Godfried Janssen uit Eind door het ijs van de Zuid-Willemsvaart gezakt. Terwijl de reddingspogingen van anderen mislukten, slaagde de zestienjarige Belle Mies erin om, languit liggend op het brekende ijs, de drenkeling een touw toe te werpen en deze op de kant te trekken. Op slag veranderde de reputatie van Michel van belhamel in plaatselijke held. Voor zijn reddingsdaad werd hem bij Koninklijk Besluit de Medaille van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen toegekend.
Het was de Nederweerter huisarts George Schmidt die zich om de nogal onstuimige Belle Mies bekommerde. Op diens aandringen nam Nuijens in 1907 dienst in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Een jaar later vertrok hij met het stoomschip Grotius naar Batavia. Hij doorliep de rangen van soldaat, korporaal en sergeant en onderscheidde zich als scherpschutter. Eens op verlof in Nederweert trok hij veel bekijks door vanaf de balans van de oude Sluis 15 een snoekduik in de Zuid-Willemsvaart te maken.
In 1924 moest hij voor de Krijgsraad verschijnen wegens mishandeling. Zijn gevangenisstraf zat hij uit in Borneo. Na vrijlating verliet Nuijens vervroegd de militaire dienst en ging hij werken als hoofdagent van politie in Batavia. Tijdens een aanval in 1926 van communistische rebellen op de gevangenis van Pendjaringen wist Belle Mies in zijn eentje, gewapend met een karabijn, 70 aanvallers van zich af te houden. Zijn heldendaden werden breed uitgemeten op de voorpagina’s van de Indische kranten. In de Nederlandse pers verscheen in 1927 zelfs een biografie met foto van de Nederweerter beroemdheid.
In de Tweede Wereldoorlog werd Nuijens geïnterneerd in het beruchte “Kamp 5 Baros”, in Tjimahi op West-Java. Op 30 mei 1945, kort voor de Japanse capitulatie, overleed hij in gevangenschap. Zijn graf bevindt zich op de erebegraafplaats Leuwigajah in Indonesië. Berucht en beroemd; ondanks zijn geringe lengte van 1.64 m was Belle Mies zijn hele leven voor geen kleintje vervaard. De Japanners wisten hem uiteindelijk klein te krijgen.
Alfons Bruekers