Zo’n honderd jongemannen en één vrouw uit de gemeente Nederweert streden tussen 1946 en 1951 in voormalig Nederlands-Oostindië. Enkelen lieten daar het leven, zoals sergeant-majoor Wiel Gubbels, die sinds 24 mei 1950 officieel vermist wordt in Semarang op Java. Maar ook in vroegere eeuwen vochten Nederweertenaren als Indiëganger (‘oostganger’ of Oeëstenaar). Eén van hen was Mathijs Bovi, die eveneens zijn einde zou vinden in Semarang.
Het enige dat we van zijn afkomst weten is dat zijn wieg in Roermond stond. Mathijs Bovi vestigde zich rond 1729 in Nederweert waar hij, met speciale permissie van de bisschop, trouwde met Maria Janssen. De reden voor die toestemming was het feit dat de bruid op dat moment al hoogzwanger was. Hun eerste kind, Mathias, werd in januari 1731 geboren. Het jaar erop volgde Jan en in 1733 zag zijn derde kind het levenslicht.
Vrij kort daarna verliet hij huis en haard met achterlating van zijn jonge gezin. De reden is niet bekend maar vermoedelijk speelde de economische malaise in Nederweert een rol. In diezelfde tijd schreef de Nederweerter pastoor De Haes immers: “de ingezetenen van Nederweert zijn gedwongen om hun kinderen naar het buitenland te sturen omdat voor hen in dit ellendige land geen kostwinning is”. Bovi besloot om aan te monsteren bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Op 20 mei 1733 vertrok hij vanuit Fort Rammekens in Zeeland als soldaat aan boord van het schip Popkensburg met Batavia (het huidige Jakarta) als reisbestemming. De Popkensburg was een splinternieuw groot schip van 850 ton, en stond onder leiding van schipper Jakob Jongerhelt uit Vlissingen. Aan boord waren maar liefst 150 matrozen en 74 soldaten, waaronder dus Mathijs Bovi.
De reis van west naar oost was geen geringe onderneming. Na een tocht van vijf maanden bereikte Bovi in oktober 1733 tussenstop Kaap de Goede Hoop. Onderweg waren reeds 33 matrozen overleden. Het was dus niet zonder reden dat de Popkensburg geruime tijd in Zuid-Afrika bleef om de bemanning te laten aansterken. Op 6 december 1733 hervatte het schip de reis en na nog eens vier maanden arriveerde Bovi in Batavia. Vanaf aankomst in Nederlands-Indië zwijgen de archieven over de Nederweerter zeevaarder. Vrijwel zeker was hij als soldaat betrokken bij de bescherming van de Hollandse handelskolonie. Het enige bekende feit dateert van twaalf jaar later. Het betreft de melding dat Mathijs Bovi in de VOC-handelsstad Semarang op 14 juli 1745 overleden is. Een doodsoorzaak is niet bekend.
Het duurde maar liefst zestien jaar, tot 1761, voor het nieuws van Bovi’s overlijden in Nederweert doordrong. Oudste zoon Jan Bovi was inmiddels een volwassen man. Na 28 jaar van onzekerheid restte de weduwe Maria Bovi-Janssen niets anders dan naar het VOC-kantoor in Middelburg te gaan. Daar beurde zij 81 gulden en 15 stuiver weduwenpensioen. Dankzij dit kleine feit kennen wij het verhaal van Nederweerts eerste Indiëganger.
Alfons Bruekers