Martinus H. van Thuijl (geb. Nederweert 27 nov. 1895). Hij trad op 1 febr. 1920 als postbode in dienst. Na 40 jaar en 10 maanden, op 1 deс. 1960 kon hij eervol de dienst verlaten. In een gesprek met Martinus H. van Thuijl blijkt deze nog wel een aantal bijzonderheden met betrekking tot de post in het Nederweertse te kunnen ophalen. Hij vertelt dan over de postboden Kauffman, Jongen, Prinssen e.a. en natuurlijk over zichzelf. Hij weet zich te herinneren, dat in zijn jongenstijd in Ospel alleen maar een brievenbus was geplaatst tegen het café-woonhuis van de familie Loijen aan de Waatskamp. “In die tijd” – aldus Van Thuijl- “hadden de mensen niet altijd een postzegel in huis en het gebeurde wel dat een brief met het geld voor de frankering in de bus werd gestopt. De postbode zorgde dan wel voor de frankering. In de meeste gevallen gebeurde dit ook zonder mankeren maar als het een brief was, die in Nederweert bezorgd moest worden, werd wel eens een uitzondering op de regel gemaakt want er was in die tijd een postbode die het wel eens presteerde om de centjes in drank om te zetten. Dit had echter geen gevolgen voor degene die de brief moest ontvangen; de brief werd namelijk netjes doch ongefrankeerd bezorgd”.
In zijn beginjaren was Martinus nog gedurende een tiental jaren belast met het vervoeren van de post van Nederweert naar Weert en v.v. Dit gebeurde dan per fiets en het was zeker geen uitzondering, dat hij vrachten van 80 kg of meer op de fiets moest vervoeren. Het merendeel van de poststukken werd na aankomst te Nederweert afgeleverd op het hulpkantoor, waarna voor Martinus de eigenlijke taak van het bestellen pas kon aanvangen. Geholpen door zijn vader Friedje van Thuijl, die hulp-besteller was, bezorgde hij de post in Ospel en op Stokershorst. Toen vader Van Thuijl 75 jaar was moest hij op een dag zich in Weert bij de directeur van het postkantoor vervoegen. Hij was daar ontboden en kreeg er te horen dat hij te oud was om nog langer post te bezorgen. Over pensioen werd niet gerept doch “ik heb toen een request geschreven”, aldus Martinus “en dat resulteerde erin dat vader een pensioen kreeg van f 150,- per kwartaal. Dat was toch mooi meegenomen”. Volgens Martinus was ook zijn grootvader, ook ene Martinus van Thuijl, al werkzaam geweest bij de post. Hij was gedurende verschillende jaren postiljon op de postwagen tussen Weert-Roermond en tussen Weert en verschillende plaatsen in België. De tijd gaat door en de post gaat door. Ook bij de Van Thuijls; inmiddels bezorgt een kleinzoon daar de post bij zijn grootvader.
Harrie Verstappen