Behalve het Beulderspaedje was er in de dorpskern van Nederweert vroeger nog een ander bekend pad, waar geliefden graag gebruik van maakten.. Het begon in de Kerkstraat langs het huis van fietsenmaker Tjeu van Siem en liep in een flauwe boog naar de winkel van ‘De Hoed’ op de hoek van de Moesemansstraat.
In de zeventiende eeuw waren alle tuinen en landerijen in dit gebied eigendom van de schatrijke familie Mooren. Jacob Mooren trad in 1699 in het huwelijk met de 16-jarige Maria Rosa de Haes, dochter van de schout. Een broer van Maria Rosa was pastoor in Nederweert en de andere broer was gemeentesecretaris. Nooit eerder waren kerkelijk en wereldlijk gezag zo intens door familiebanden vervlochten als in die jaren. Maria Rosa de Haes (1682-1769) noemde zich na haar huwelijk domicella (jonkvrouw) Rosa Mooren.
Zij stichtte aan het uiteinde van haar tuin, bij de Moesemansstraat, een kapelletje ter ere van Onze Lieve Vrouw. Elke dag liep zij vanuit haar huis in de Kerkstraat over het pad naar haar eigen kapel om daar te bidden. Ook dit door beukenhagen omzoomde weggetje werd vaak gebruikt door verliefde stelletjes. In 2012 kreeg het nog bestaande gedeelte van het paadje de naam Rosa Moorenpad. Zo leeft iets van de sfeer van rozengeur nog steeds voort in de vorm van een straatnaam.
Alfons Bruekers