Ludovicus Knapen, zoals zijn officiële naam luidde, werd gedoopt te Nederweert op 8 december 1723 als de zevende zoon van Hendrick Knapen en Joanna op de Camp, in een boerderij in de buurtschap Kraan, dichtbij de grens met Weert. Hij is overleden op 25 april 1804 te Nederweert-Kraan. Hij huwde te Weert op 30 mei 1745 Maria Spoormaeckers, geboren te Weert op 10 oktober 1716 als dochter van Joannes Spoormaeckers en van Maria Meijers, overleden te Weert op 28 februari 1761. Knapen hertrouwde te Nederweert op 2 mei 1762 met Maria Bouwels, geboren omstreeks 1714, overleden op 14 juni 1774 te Nederweert. Uit het eerste huwelijk werden negen kinderen geboren, zowel zonen als dochters. Uit het tweede huwelijk zijn geen kinderen bekend.
Amper twee weken na zijn huwelijk kocht Ludovicus (ook Lowijs, Lauwijs of Louis, zoals hij ook genoemd werd) van de erfgenamen Michiels uit Haarlem een hoeve bestaande uit huis, hof, schop, schuur, stallingen, beemden en landerijen, in totaal met een oppervlakte van viereneenhalve boender en gelegen in de buurtschap Kraan. Luttele jaren later, in 1753, kocht hij een ‘huijsplaets’, boomgaard, hof en land, eveneens gelegen op de Kraen onder Nederweert en voorheen eigendom geweest van Anna vanden Manneker en openbaar verkocht door het armenbestuur van Nederweert. In 1761 bouwde hij op een nieuwe boerderij, met het ankerjaartal van de stichting in de kopse gevel. In 1773 bedroeg Knapen´s totale grondbezit 4 boender en 372 roeden. Het jaar later, in 1774 dus, droegen Lowies Knapen en Maria Bouwels hun hoeve in den Heijmants Hoeck voor 1875 gulden over aan de huwelijkskandidaten Martinus Knaepen en Egidia Didden. Zij verkregen daarvoor levenslang onderhoud met kost en inwoning. Volgens de overlevering in de familie Knapen werd Martinus Knapen door Bokkenrijders met brandstichting bedreigd.
Ludovicus Knapen werd de stamvader van de Knapentak in Nederweert die vanaf de negentiende eeuw niet zonder historische grond met de bijnaam Lewiese (= van Louis) werd aangeduid. De eerste afstammeling die aantoonbaar met die bijnaam getooid ging, was Jan Michiel Knapen (1810-1894), achterkleinzoon van Ludovicus. Handgeschreven aantekeningen op mens- en diergeneeskundig gebied van de hand van Hendrick Knapen uit 1779, zijn waarschijnlijk afkomstig van een zoon van Ludovicus.
Dat Ludovicus een zevende zoon was, was niet zonder betekenis. Een zevende opeenvolgende zoon in een gezin kreeg vroeger vaak de voornaam Ludovicus of Lodewijk. Van Lodewijk de Vrome (778-840) als Lodewijk IX de Heilige (1214-1270) wordt gezegd dat ze de naamgever zijn van deze traditie. Dat had volgens sommigen te maken met het feit dat aan de zevende zoon uit een gezin genezende gaven konden worden toegeschreven, net zoals dat het geval zou zijn geweest bij de Franse koningen (Lodewijk of Ludovicus). Volgens de overlevering bezat een zevende zoon de gave om het zogenaamde Koningszeer te ‘lezen’. Dit betrof een bepaalde ziekte, ook wel Sintemarkoen genaamd, waarvan men zou kunnen genezen wanneer de patiënt door een koning werd aangeraakt. Men noemt dit met een niet-alledaags woord ook wel adenochirapsologie. De relatie met de Franse koningen bestond er in, dat deze zich na hun zalving steeds naar het graf van Saint Marcoulte Corbény begaven, zodat ze in staat werden om het Koningszeer te genezen. Of aan Ludovicus Knapen dergelijke gaven konden worden toegeschreven, is niet bekend.
Alfons Bruekers
Foto’s;
- Boerderij ‘Lewiese’ in Kraan, Nederweert.
- Doopinschrijving van een andere Nederweerter filius septimus (zevende zoon).