Skip to content

Jan Luyten

(1785-1808)

Voerlieden en kinderen waren vaak slachtoffer van ongelukken met paard en wagen. In 1791 verongelukte de 15-jarige Godefridus Bruekers op Kreijel. Vlak voor zijn ouderlijk huis werd hij overreden door een boerenkar en overleed hij terplekke. In april 1807 gebeurde er in Nederweert een vergelijkbaar ongeluk. Toen een colonne van acht “Hollandse” paardenkarren vanuit Helmond de dorpskern passeerde, stak het driejarig dochtertje van Mathieu Noppen pardoes de Kerkstraat over. De weduwe Thoormans zag het gebeuren maar vanwege de afstand kon zij niet tijdig ingrijpen. Het kind raakte tussen de wielen en was op slag dood.

In de vroege avond van 19 juli 1808 waren de drie Nederweerter landbouwers Wouter Vluts, Andrijas Willekens en Jan van Nieuwenhoven aan het werk in de omgeving van de Booldersdijk aan de zogenaamde Daendelstraat. In de verte zagen zij voerman Jan Luyten met zijn paard en met heiplaggen beladen kar rijden. Plotseling begon het paard te galopperen en verdween de voerman uit het zicht. Willekens ging poolshoogte nemen en wist het paard te vangen. Hij liep terug naar de plaats van het ongeluk en deed een vreselijke ontdekking. Daar lag Jan Luyten; hij was waarschijnlijk getrapt door het in paniek geraakte paard, zat helemaal onder het bloed en kon niet meer praten. Na ongeveer een half uur gaf Luyten de geest. De landbouwers brachten het lijk naar het dorp.

Daags erna vervoegden de keizerlijke gendarmes Leroy en Domeny zich, met burgemeester Trouwen en geneesheer Vaes, op het gemeentehuis van Nederweert. Daar verrichtten zij lijkschouwing op het stoffelijk overschot van de verongelukte voerman. Deze was blootvoets en droeg een rode zakdoek om zijn hals. Een deel van zijn schedel was verbrijzeld bij de rechter slaap. De plaats van het ongeluk werd vastgesteld op één Franse mijl (4444 m) ten noorden van de dorpskern. Na het onderzoek en het opstellen van een rapport werd Jan Luyten begraven op het kerkhof bij de kerk.

De nabestaanden van Luyten, die geboortig was van Aalst bij Eindhoven, zetten als aandenken een ongelukskruis op de onheilsplek, aan de westzijde van de Booldersdijk iets vóór de Vloeddijk. Op een kaart uit 1811 staat het kruis aangeduid. Het heeft er nog tot in de twintigste eeuw gestaan. Ter onderscheiding van een ander wegkruis langs op de Booldersdijk noemde men het ’t Twieëdje Kruuts. Het kruis stond 4,5 kilometer verwijderd van de kerk van Nederweert, dus vrijwel gelijk aan de eerdergenoemde afstand van een Franse mijl. Zodoende is de relatie te leggen tussen dit inmiddels verdwenen kruis en de geschiedenis van paard en wagen.

Alfons Bruekers