Jac was niet iemand van veel woorden. Maar hij dacht wel goed na over de dingen die hem bezighielden en uitte zich het liefst op de manier zoals hem dat het beste lag: in een klein gezelschap en te midden van zijn heemkundevrienden. Want dat was zijn grote liefhebberij: de heemkunde, de beoefening van de studie van de Nederweerter geschiedenis. Zijn hele leven lang is Jac actief geweest op allerlei gebieden van het Nederweerter verenigingsleven maar zijn draai vond hij pas goed in de Heemkundevereniging Nederweert.
De interesse voor de geschiedenis van zijn geboortedorp werd bij Jac aangewakkerd kort na de oorlog door de, net als hij veel te vroeg overleden, lokale geschiedvorser Mathieu Vossen. In de jaren daarna bouwde Jac door intensief en accuraat onderzoek een immens privé-archief op. Verzamelen was zijn motto, om op basis van het op die manier vergaarde bronnenmateriaal te komen tot detailstudies over de Nederweerter geschiedenis.
Van onze vele ontmoetingen die wij hadden in het Nederweerter gemeente-archief, herinner ik me nog een gesprek in 1975 waarbij Jac zijn plannen voor de oprichting van een heemkundevereniging ontvouwd. Hij was een van de eersten in onze gemeente die inzagen dat zo’n vereniging een ideaal middel kon zijn om de resultaten van historische studies aan het grote publiek te presenteren. Het zou toen nog vijf jaar duren voordat die plannen geconcretiseerd werden, maar vanaf het eerste moment van oprichting heeft Jac een actieve rol gespeeld in het bestuur van de Heemkundevereniging Nederweert. En nog eens vijf jaar later, in 1985, stond hij aan de wieg van de pas opgerichte Stichting Geschiedschrijving Nederweert.
Hij wilde graag anderen laten delen in zijn welhaast encyclopedische kennis van de geschiedenis. Maar door een combinatie van bescheidenheid en verlegenheid kon hij zich er slechts met moeite toe brengen om de resultaten van zijn onderzoek op mondelinge wijze aan een groter publiek kenbaar te maken, hoe graag hij dat in zijn hart misschien ook wel wilde. Nee. Veel liever deed hij dat schriftelijk, in zijn bijdragen aan de heemkunderubriek in het Weekblad voor Nederweert, en vooral ook in zijn geesteskinderen die gepubliceerd werden in de boekenserie “Nederweerts Verleden”. Talrijke sprekers op de drukbezochte bijeenkomsten van de heemkundevereniging maakten bij hun lezingen gebruik van de resultaten van Jac’s onderzoekingen. Want zo was hij: een gedreven maar onbaatzuchtig werker achter de schermen.
Jac’s grote interessen had de geschiedenis van het Nederweerter verenigingsleven. In de weken kort voor zijn dood werkte hij nog mee aan de geschiedschrijving van het muziekleven in zijn woonplaats. Niettemin kon hij zich het beste uitleven in een andere tak van sport: het stamboomonderzoek. Hij onderzocht de voorgeschiedenis van alle oude Nederweerter geslachten en werd daardoor geleidelijk aan een vraagbaak voor tientallen stamboomonderzoekers, die zich veel werk konden besparen door alvorens zelf het archiefonderzoek ter hand te nemen, eerst eens met Jac te haan praten. Niet alleen in Nederweert en omstreken maar ook vanuit de noordelijke provincies en zelfs vanuit België en Duitsland wist men Jac te vinden. In zijn gastvrije huiskamer aan de Willibrordusstraat zijn vele ingewijd in de geschiedenis van hun eigen familie.
Ooit heeft Jac mij toevertrouwd dat het zijn grootste wens was om ooit een aanstelling te krijgen als gemeente-archivaris van Nederweert. Dan zou hij constant kunnen verblijven te midden van de geschreven bronnen van de Nederweerter geschiedenis en zou hij zich kunnen uitleven in het analyseren en uitwerken daarvan. Officieel is zijn droom nooit verwezenlijkt, maar degenen die hem gekend hebben zullen het beamen: Jac van de Warreburg was de enige echte “archivaris van Nederweert”.
Alfons Bruekers, in: Weekblad voor Nederweert, 20 oktober 1988