Skip to content

Jacques Körner

(1893-1960)

Jacques Körner, onderwijzer, dichter en schrijver. Zijn schrijverspseudoniem luidde Keub Keldeners. De meeste mensen kenden hem als onderwijzer aan de H. Hartschool in Ospel. Hij was geboortig van Roermond en in zijn eerste Nederweerter jaren was hij in de kost geweest bij Teune Jan. De meister was een imposant en zwaargebouwd persoon, meestal in het zwart gekleed, met lange zwarte overjas, zwarte hoed en gewikkeld in een meterslange grijze shawl. Zo hebben de meeste mensen hem gekend. Zo imposant als zijn uiterlijke verschijning was, zo indrukwekkend was ook zijn innerlijk. Een diep-godsdienstige, sociaal gedreven man die meende altijd klaar te moeten staan voor iedereen, met inzet van al zijn vermogens.

Vanuit zijn studie Middelbaar Nederlands, waarvan vooral de Middelnederlandse letterkunde zijn belangstelling had, ging hij declamatieavonden houden waar hij voordroep uit onder andere werken van Vondel, Gezelle, Shakespeare en de middeleeuwers. Door zijn interesse voor alles wat kunst was had hij al op jeugdige leeftijd binding met artiesten uit zijn geboorteplaats Roermond en omstreken zoals de schrijver Jacob Hiegentlich en de schilders Leo Franssen, Jules Rummens, Harry Maas en Piet Schoenmakers.

Bijzonder om op te merken is het feit dat toen hij in 1927 ging trouwen, zijn meubilair aanvankelijk slechts bestond uit blauwdrukken; tekeningen die ontsproten aan zijn drukke briefwisseling met Gerrit Rietveld, architect van de “Stijl”-groep. Zijn enorme werkdrang en kundigheid brachten hem ook tot een bijdrage aan een herziene uitgave van het Nederlands woordenboek van Koenen-Endepols. Deze passie, hoeveel werk ze ook vroeg, deed niets tekort aan zijn eigenlijke taak als onderwijzer en opvoeder aan de Ospelse H. Hartschool. Ieder kind dat onder zijn hoede kwam kon rekenen op een persoonlijke aanpak. Hij was iemand die niet rustte voor hij bereikt had wat hij voor had met zijn pupillen. Een echte onderwijsman in hart en nieren, ook al zullen de leerlingen die van hem een flink pak voor de broek hebben gekregen, hier wellicht een ietsje anders over denken.

Triest was echter dat zijn enorme werkdrang al vroegtijdig voor een groot deel verlegd moest worden naar zijn gezin dat daarom vroeg. De langdurige ziekte van zijn vrouw May en haar overlijden in 1951 dwong hem om veel thuis te zijn, waar zijn aanwezigheid noodzakelijks was.


Henk Teunissen, Frits Knapen, Huub Janssen en Alfons Bruekers.

Cartoontekening van Piet Schoenmaekers (1947).