Luisterend, sociaal-voelend en belangstellend. Dat lezen we als rake typering op het gedachtenisprentje van onze onlangs overleden dorpsgenoot Henricus Godefridus Verheijen. Of beter: ‘Harrie van TeuneJans Zjang’, want onder die bijnaam kenden velen hem . Bovendien deed het hem ook plezier om zo aangesproken te worden . Dat hij in de avond van zijn leven wel eens post ontving met als adressering niet meer dan ‘Harrie van Teune Jans, Aanleunwoningen, alhier’ deed hem in deze jachtige, geautomatiseerde tijd van postcodes en internetadressen veel deugd. Ook al omdat het appelleerde aan zijn grote belangstelling voor het verleden van zijn dorp, en aan de herinneringen uit zijn jeugd .
Die jeugd, in Strateris en de Hovensteeg, is voor Harrie erg belangrijk geweest. ‘As ich trökdink aan vreuger’ was een van zijn gevleugelde openingszinnen die men hem dan ook regelmatig kon horen uitspreken. Overigens zonder, als het ware, in het verleden te leven; hij bleef voldoende oog en oor hebben voor de ontwikkelingen van deze moderne tijd. Maar vaak gingen zijn gedachten terug naar de jaren tien en twintig. Goede herinneringen bewaarde hij aan zijn oom ‘Kessels-Ties’ in Strateris, die elke herfst een varken slachtte en dan de neefjes en nichtjes Verheijen op ‘verkusfieest’ uitnodigde. Als ze dan gesmuld hadden van de versgebraden ‘kerboeed’ van Drieka, ging het gezelschap om het ‘houtsteufke’ zitten. Ome Ties stopte dan zijn grote pijp vol Biggelaartabak, bracht er met de ‘snup’ vuur in en begon te vertellen.
Grote indruk moeten die winterse buurt avonden op Harrie gemaak t hebben. Zelfs jaren na zijn pensionering kon Harrie zich de aandoenlijke verhalen uit de mond van ‘Kessels-Ties’ nog letterlijk voor d e geest halen. Met zijn opvallend goede geheugen trok Harrie op het einde van de jaren zeventig dan ook al snel de aandacht van heemkundigen en uitgevers van volksverhalen. Maar daarbij bleef het niet: ook onderzoeker s van oude Nederlandse volksliederen wisten hun we g naar het huis van Harrie in d e Burgemeester Greljmansstraat te vinden. In 1980 trad Harrie vergezeld van zijn twee zusters enkele malen op in het Hilversums e radioprogramma ‘Onder de groene linde’, waarin het Nederweerter trio oude smartlappen en moordliederen ten gehore bracht. Liederen met titels als ‘Strateris-troepje’, ‘De Schouwvaeger’ en ‘Mesjeu, medam, mezelle’ (Monsieur, Madame, Mademoiselle). Presentator Ate Doorenbosch, die als liederenexpert o p zijn tochten door het hele land toch al het nodige moois gehoord had, vertelde tijdens de radio-uit zendingen diep onder de indruk te zijn van het weinig bekende, bijzondere repertoire van het Verheijen-trio uit Nederweert.
De Heemkundevereniging, die in datzelfde jaar 1980 van start ging, mocht in Harrie jarenlang een geïnteresseerd en trouw bezoeker kennen. Hij bezocht de heem- avonden altijd te voet vanuit zijn immers o p loopafstand gelegen huis waar hij als weduwnaar leefde en woonde . Hij genoot vooral van de nostalgische spreekbeurten van ‘Pieëte Frans’, die bij Harrie de herinneringen opriepen aan de buurtavonden uit zijn jeugd . Maar op de voorgrond treden met zijn eigen kennis en vaardigheden lag niet zo in zijn stijl. Hij deed dat liever op zijn eigen wijze, al buurtend tijdens het kaarten met andere bejaarden, en door het noteren van verhalen en anecdotes, soms op rijm. No g slechts enkele maanden voor zijn dood verscheen bij gelegenheid van de 150.000ste maaltijd van Tafeltje Dekje een van zijn laatste pennevruchten in Het Schakeltje, het contactblad van het Ouderencentrum . Het was daar, waar Harrie op 27 januari 1997 afscheid nam van deze wereld. Moge hij, verenigd met zijn vrouw Drina, rusten in vrede.
Alfons Bruekers in: Weekblad voor Nederweert, 7 december 1997