Hij werd geboren te Voerendaal 11 aug. 1884. Op 1 april 1911 werd hij priester gewijd. In hetzelfde jaar werd hij op 1 oktober benoemd tot kapelaan te Stevensweert en in oktober 1914 tot kapelaan te Baarlo. Op 1 april 1925 volgde zijn benoeming tot rector te Merselo en in oktober 1934 tot pastoor te Merkelbeek. Hij was pastoor van Ospel van 1945 tot 1952.
Pastoor Lipperts wordt nu nog vaak door zijn oud-parochianen herdacht als een man van gebed. Uitzonderlijk veel tijd werd door hem aan het gebed besteed. Als hij zoek was, kon hij allicht gevonden worden in de kerk. Wie ’s morgens meende het eerst in de kerk te zijn, kwam spoedig tot de ontdekking zich vergist te hebben: de pastoor was er al. Tegelijkertijd ontplooide hij, ondanks zwakke gezondheid, een wonderlijke activiteit, om de vele wonden, die door de oorlog waren toegebracht aan parochie, kerk en kerkelijke eigendommen, te genezen.
De Maas- en Roerbode mocht dan ook op 1 april 1951, bij gelegenheid van zijn 40-jarig priesterjubileum, de tolk zijn van een dankbaar gestemd Ospel, toen zij schreef: “Op 1 oktober 1945 werd hij benoemd tot pastoor te Ospel. Hier wachtte hem een grote en moeilijke taak. Deze parochie had immers in het najaar 1944 gedurende weken in de vuurlinie gelegen. De kerk was zeer zwaar getroffen, de torenspits opgeblazen, gewelven ingestort, inventaris weg of stuk. Het Mariahuis was zwaar beschadigd en zou van de grond uit opnieuw opgebouwd moeten worden. De pastorie en kapelanie waren gedeeltelijk hersteld. De herstelwerkzaamheden der kerk werden onder zijn leiding met voortvarendheid aangepakt. Met vaste wil streefde hij ernaar om de herstellingen doelmatig tot een harmonisch en tot een voor het Godshuis passend geheel te doen uitvoeren. In november 1946 waren de werkzaamheden zover gevorderd, dat de kerk weer in gebruik genomen kon worden. Op het ogenblik ontbreekt nog de torenspits en is het dak nog gedeeltelijk gedekt met pannen.
Het hoofdaltaar, waarachter een bijna levensgroot kruis, de communiebank en twee zij-altaren zijn opgetrokken in goudgele Tsjechische Travertin. De vloer van het priesterkoor is gelegd van tegels in Romaanse Travertin. De glas-in-lood ramen, alsmede de kruisweg, zijn van Jan Dijker. Hieronder zijn enkele zeer mooie ramen zowel wat voorstelling alsook wat kleurencombinatie betreft. Dit alles geeft aan deze kerk een rustige, warme sfeer, terwijl de aandacht als vanzelf getrokken wordt naar het middelpunt: het hoofdaltaar als offerplaats.
In de vroeger zo sierlijke en slanke toren, nu stomp en robust aandoend wegens het ontbreken van de spits, roepen drie zware klokken op feestdagen de gelovigen ter kerke. In 1947 werd het Mariahuis geheel hersteld, terwijl meerdere goede verbeteringen werden aangebracht. In 1948 werd de openbare jongensschool overgenomen en omgezet in een bijzondere school. Nieuwe leerkrachten werden aangetrokken en deze moesten voor hun gezin huisvesting hebben.
Voor dit doel werd de oude kapelanie gesplitst in twee woningen en werd tegenover het Mariahuis een nieuwe dubbele woning gebouwd. In de laatste jaren is door pastoor Lipperts hier een zeer zwaar en moeilijk, maar ook een groots werk volbracht.’ ‘
Pastoor Lipperts stierf op een eerste vrijdag van de maand, waarvan hij de viering altijd met grote ijver had bevorderd. Terwijl zijn lijk lag opgebaard in het St. Jans-Ziekenhuis te Weert, werd in zijn parochiekerk het novene-Lof gevierd ter ere van O. L. Vrouw van de Wonderdadige Medaille, dat hij in de laatste dagen van zijn leven had ingeluid door een parochieel triduum.
Ontleend aan: N.N., 100 Jaar parochie Ospel [Ospel 1964]