Skip to content

Matthijs Ridder

(1810-1883)

Dit kerstverhaal is het waargebeurde levensverhaal van een man die van zijn 73 levensjaren slechts welgeteld één dag in Nederweert heeft doorgebracht, vlak voor kerstmis 1883. Een man die niemand kende in Nederweert, en die daar op zijn beurt ook door niemand gekend werd. Maar die toch zijn sporen in de Nederweerter historie heeft achtergelaten, tot de dag van vandaag. Matthijs Ridder was zijn naam. Ridder, held en bedelaar.

Het begon met in 1979 met de vondst van een opgefrommeld en gescheurd briefje in het gemeente-archief van Nederweert. Dat onderzoek ontvouwde zich vervolgens als een jarenlange fascinerende genealogische en biografische speurtocht door diverse Nederlandse archieven. Daardoor werd het veelbewogen leven van Matthijs Ridder, meermalen gelauwerd oorlogsheld en bedelaar, stukje bij beetje aan de vergetelheid ontrukt.

Het leven van deze uit een Haags arbeidersgezin geboortige Matthijs Ridder (1810-1883)kenmerkte zich door uitersten. Wegens zijn militaire prestaties als dienstplichtige in de Belgisch-Nederlandse oorlog (1830-1831) en langdurige diensten als beroepsmilitair in de Nederlandse klomie West-Borneo werd hij meermalen onderscheiden. Men mag hem gerust een gelauwerde veteraan noemen en hij deed zijn achternaam eer aan. Maar even zozeer was onrust een constante factor in zijn leven. In het leven buiten de orde en regelmaat van het leger hield hij het maar zelden langer dan een jaar op de dezelfde plek uit.

Met zijn visuele handicap en nauwelijks rondkomend van een karig militair pensioen bevond hij zich decennialang aan de randen van de maatschappij. Ondanks herhaaldelijke pogingen kon hij niet aarden in het militaire opvangtehuis in Bronbeek bij Arnhem en sloeg hij kriskras aan het zwerven door vrijwel geheel Midden-Nederland. Die praktijk bracht hem regelmatig in contact met justitie. Meer dan eens verbleef hij in gevangenissen en in de strafinrichting van Ommerschans. Mede door die tumultueuze levensgeschiedenis laat zijn leven in binnen- en buitenland zich beter reconstrueren dan dat van menige andere zwerver, bedelaar of dakloze.

Voor de zoveelste keer uit onrust weggegaan uit het opvanghuis in Bronbeek, arriveerde hij vlak voor Kerst 1883 op doorreis in Nederweert. Het zou de laatste halte van zijn lange reis blijken zijn. In het nachtelijk duister kwam hij daar in de nacht van 21 op 22 december ten gevolge van een ongeluk om door verdrinking in het koude water van Sluis 14 in de Zuid-Willemsvaart. Daarmee kwam een einde aan het 73-jarige leven van Ridder, held en bedelaar.

Onbekend en onbemind als deze klaarblijkelijk niet-katholiek was, werd voor hem van gemeentewege in allerijl een begraafplek in ongewijde grond in orde gemaakt. Enkele jaren later werd hij herbegraven in een afgelegen gebied in de heide van Nederweert. In vermoedelijk 1966 vond herbegraving plaats bij de St. Lambertuskerk. Na een leven van onrust, talloze omzwervingen in Nederland en na maar liefst drie keer begraven te zijn geweest, heeft Matthijs Ridder dan eindelijk rust gevonden in de schaduw van de St. Lambertuskerk. In een tot op de dag van vandaag anoniem graf.

Behalve de indrukwekkende levensgeschiedenis van de hoofdpersoon van dit verhaal, geeft het verhaal ook een onthullend inkijkje in een gemengd protestant-katholiek gezin, en de omgang met religieus-andersdenkenden in het Nederweert van de afgelopen eeuw.

Alfons Bruekers