Skip to content

Franciscus de Roy van Supernauw

(ca. 1710-1751)

De Burgemeester Greijmansstraat heette vroeger Koolensteeg. De smalle straat werd eeuwenlang bewoond door hardwerkende arbeiders en ambachtslieden zoals wevers, kleermakers, schoenmakers en een smid. De huizen waren oud, klein en onooglijk en vormden een groot contrast met de woningen van de gegoede burgers in de Kerkstraat.

Des te opmerkelijker is het dat de Koolensteeg in de achttiende eeuw verblijfplaats was van een adellijke familie. Op het huidige adres Burgemeester Greijmansstraat 31 (tegenwoordig bewoond door J. de Leeuw-Kirkels) woonde decennialang een edelman met zijn gezin. In 1751 overleed daar volgens de begraafboeken ‘de zeer vermaarde heer Baron Franciscus de Roij van Supernauw’.

In het dorp waar de naam ‘de Roij van Supernauw’, indirect naar verwijst (Elen, in Belgisch-Limburg), bevindt zich nog steeds een kasteel met de opmerkelijke naam Sipernau (ook wel Cypernauw of Supernauw genoemd). Het middeleeuwse kasteel Chypprenau was in 1475 eigendom van Diederik de Cypernauw. Na zijn dood ging het kasteel over in handen van een zekere Jan van Roije. Diens nakomelingen bleven het kasteel bewonen maar raakten verwikkeld in slepende processen over erfenissen. Hierdoor verminderde het fortuin van het geslacht van Roije aanmerkelijk en daarmee ook hun aanzien.

De laatste telg die Sipernau bewoonde was Adriaan-Martin, baron van Rhoe-Obsinnich. Hij was getrouwd met Antonetta Margareta van Baexen, een adellijke dame uit Baexem. Adriaan-Martin verkocht het kasteel in 1710 aan een Luikenaar. Zijn nazaten verarmden en trokken weg uit Elen. De laatste baron, Franciscus de Roij van Supernauw, streek neer in Nederweert. In ons dorp, dat toch al niet rijkelijk gezegend was met blauw bloed, werd de lange familienaam in het dagelijks gebruik ingekort tot ‘de Roij’ of ‘van Roij’.

Wat de berooide baron hier naar toe bracht is niet met zekerheid te zeggen, maar vermoedelijk was er liefde in het spel. In 1738 trouwde hij met de Nederweertse Maria Werckmans. Volgens de toen geldende moraal vond het huwelijk rijkelijk laat plaats, want de bruid beviel een paar maanden later al van een kind. In totaal zouden in dit adellijke gezin zeven kinderen het levenslicht zien. Zij kregen allen welluidende voornamen. Hierin klonk nog iets van de oude grandeur van de familie door. Maar een vetpot was het zeker niet in huize de Roij en de kinderen moesten met hard werken de kost verdienen.

Dochter Anna Helena (1738-1806) werd dienstmeid in Meijel. Een andere dochter, Isabella Theresia genaamd, huwde in 1785 met de kleermaker Joannes van Tulden. De Nederweerter familie van Tulden stamt van hem af. Zoon Jan Frans van Tulden (vernoemd naar zijn grootvader, de baron) verwierf een studiebeurs en werd in 1816 tot pater Trappist gewijd.

Het is niet bekend of de baron in Nederweert een beroep uitoefende. ‘Arbeid adelt’ luidt het gezegde, maar het omgekeerde zal wel niet het geval zijn geweest.

Alfons Bruekers