Skip to content

Jean Simonis

(1754-1824)

Het Franse volklied heet de ‘Marseillaise’. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden is deze nationale hymne niet ontstaan in Marseille, maar in Straatsburg. In april 1792 componeerde Rouget de Lisle, een kapitein van de Franse genie, een muziekstuk dat officieel de ´Chant de Guerre pour l’Armée du Rhin’ heet. De compositie bleek zo meeslepend dat een bataljon vrijwilligers uit Marseille onder het zingen van dit lied Parijs binnentrok. Vanaf dat moment werd het de hymne van Marseille genoemd.

Er bestaat een verrassende connectie tussen de ‘Marseillaise’ en Nederweert, en wel in de persoon van Jean Simonis. Volgens de Nederweerter overlevering was deze dorpsgenoot geboortig van de Elzas, waar zijn familie een grossierderij in koloniale waren zou hebben gehad. Als officier in het Franse leger was Simonis ingekwartierd in Straatsburg bij de familie waar ook Rouget de Lisle en andere militairen verbleven. Door deze officieren werd ‘s avonds veel gemusiceerd en zo ontstond de ‘Marseillaise’.

In de tijd van Napoleon leidden de wegen van militair Jean Simonis naar Eindhoven waar hij in 1801 in het huwelijk trad met Joanna Maria Tibout uit Wallonië. Bij hun huwelijk adopteerde hij de 14 maanden jonge Petronilla, dochter van zijn overleden broer. Het gezin vestigde zich in Asten alwaar Joanna Maria in 1812 overleed. De weduwnaar Simonis en zijn kinderen verhuisden naar Nederweert en trokken in bij Peter Nijssen, die woonde in de Winnerstraat. Daar overleed de Franse legerveteraan in 1824. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand tekende de bijzondere status van Simonis aan met de woorden ‘gepensioneerd militair van het Rijk’.

Een dochter van de Nederweerter oud-militair Jean Simonis, in 1803 gedoopt met de welluidende voornamen Joanna Fiacra, trad in het huwelijk met Antonius Simons. Hij was linnenwever en zoon van een rijke koopman uit de Bosserstraat. Het echtpaar Simons-Simonis verhuisde rond 1832 van de Koolensteeg naar Staat. Ze woonden daar in een van de wevershuisjes die het ven de Staterkuil omringden. Het huwelijk was helaas maar van korte duur. Op 26 juni 1834 overleed Joanna Fiacra in het kraambed, vermoedelijk aan kraamvrouwenkoorts.

Joanna Fiacra’s stiefzuster, Petronilla Simonis, maakte veel indruk in Nederweert. Zoveel zelfs, dat rond 1935 nog verhalen uit de volksmond over haar konden worden opgetekend. Daarin klinkt veel bewondering door voor het begaafde jonge meisje en beluisteren we dat zij zeer onderlegd was en vier talen sprak. Verder zou haar adoptievader aan iedereen die het maar horen wilde, verteld hebben over zijn legerervaringen en dat hij aanwezig was geweest bij het componeren van de ‘Marseillaise’. Hoe feit en fictie bij deze overlevering precies vermengd zijn, zullen we nooit te weten komen. Maar het verhaal van Jean Simonis zal wel net zo overtuigend en meeslepend zijn geweest als de ‘Marseillaise’ zelf…

Alfons Bruekers