De Nederweerter gemeentesecretaris wist niet wat hij hoorde, toen op 1 september 1779 Matthis Peters zich op het raadhuis meldde om een paspoort aan te vragen. Matthis gaf aan dat hij naar Frankfurt wilde reizen om daar te laten bezichtigen ‘twee aen elkanderen gewasse kinderen’. Oftewel in hedendaags Nederlands: een Siamese tweeling.
Peters was een goede bekende in het raadhuis want hij was in gemeentelijke dienst als ‘Hollandse Bode’. Dat was een soort postbode die reisde tussen Nederweert en de streek rond Haarlem, Bloemendaal en de duinen. Daar waren veel dorpsgenoten als seizoensarbeider werkzaam in de lakenblekerijen. Het maken van lange en verre reizen was hem dus wel toevertrouwd. Geheel volgens het boekje noteerde de secretaris het signalement van Peters. Pasfoto’s bestonden nog niet en dus werden uiterlijk en kleding beschreven: ’42 jaer, middelmatiger posteur, smael en bruijn van aengesight, swart van hairen, gekleedt sijnde met eenen blauen rock ende camesool’.
De aanvrager van het paspoort gaf aan dat hij niet alleen zou reizen; Jan Janse Lievens was zijn reisgezel. Wat de relatie was tussen Peters en Lievens is niet bekend. Misschien had de Hollandse Bode hem ooit ontmoet op doorreis naar Holland. De naam Lievens doet Brabants aan. Enig speurwerk leidt al snel naar Gemert in Noord-Brabant. In de doopboeken van de parochie aldaar staat dat op 23 december 1778 in het gezin van Jan Janse Lievens en zijn echtgenote Catharina een tweeling werd geboren. De kinderen waren Anna en Maria genaamd. Precies een week na de geboorte kwamen ze te overlijden. Er werd aangetekend dat Anna de rechterhelft was (en Maria de linkerhelft) van twee aan elkaar gegroeide meisjes. Het ging hier dus om een Siamese tweeling.
In het paspoort van Peters wordt zoals gezegd melding gemaakt van ‘aen elkanderen gewasse kinderen’. Het berip ‘Siamese tweeling’ is pas later ontstaan, toen in 1811 in Siam de wereldberoemd geworden tweeling Eng en Chang werd geboren. Siamese tweelingen behoren tot de grote zeldzaamheden. Op de miljoen geboortes zijn er maar drie of vier Siamese tweelingen. Zonder chirurgisch ingrijpen is hun levensverwachting over het algemeen erg laag. Vaak zijn ze van het vrouwelijk geslacht, zoals ook in het gezin Lievens. In de achttiende eeuw werden jong-overleden Siamese tweelingen geconserveerd door ze zij aan zij op sterk water te zetten. Als ‘volksvermaak’ werden ze getoond op rondreizende kermissen of in rariteitenkabinetten. Zo zal het ook gegaan zijn met de Lievens-tweeling. Onder begeleiding van hun vader en Nederweertenaar Matthis Peters werden ze naar Frankfurt gebracht om bezichtigd te worden. Hoe de reis afliep en wat Peters en Lievens precies deden zal altijd in de nevelen van de geschiedenis gehuld blijven.
Alfons Bruekers