Skip to content

Jan Francis Schade

(1796-1869)

De allerhoogste Nederlandse militaire onderscheiding, de Militaire Willems-Orde, werd ingesteld door Koning Willem I en is hoogst zelden toegekend. Momenteel kent Nederland slechts zes dragers ervan, waaronder Albert Hoeben uit Stramproy en Afghanistan-veteraan Marco Kroon.

Een van de allereerste dragers van de Orde was Nederweertenaar Jan Francis Schade (1796-1869), geboren in Amsterdam. Op 16-jarige leeftijd had hij zich als vrijwilliger gemeld bij het leger van Napoleon. Hij werd soldaat in het 131e Ligne-Regiment. Dit regiment was gelegerd in Walcheren, waar Schade verbleef met onder andere de Nederweertenaren Henry van de Manacker en Pierre van Goor. Dat waren twee naar Walcheren verbannen ontduikers van de dienstplicht. In 1814 deserteerde Schade bij de Fransen en trad hij in dienst van het 10e Bataljon Jagers van het Hollandse leger.

Hij viel niet alleen op door zijn jonge leeftijd maar ook door zijn kwaliteiten. In april 1815, amper 19 jaar oud, werd hij al tot korporaal bevorderd. Tijdens de beroemde Slag bij Waterloo in juni 1815 streed hij aan geallieerde zijde, tégen zijn voormalige Franse dienstmakkers. Het relaas van zijn heldendaden op het slagveld is niet bewaard gebleven. De uitreiking van de Militaire Willems-Orde aan Schade (bij Koninklijk Besluit van 17 augustus 1815) moet gezien worden als bewijs van zijn uitzonderlijke prestaties.

Na Napoleon’s debacle bij Waterloo bleef Schade in het Hollandse leger, waar hij in 1817 werd bevorderd tot sergeant. In 1820 verliet hij de militaire dienst en na omzwervingen (o.a. Maastricht) belandde hij in Nederweert. Misschien was dat een gevolg van zijn vroegere kameraadschap met Nederweertenaren op Walcheren. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote trouwde hij in 1854 met Elisabeth Wullems. Het gezin, dat vier kinderen telde, woonde in Boeket aan de Heijsterstraat. Schade was rentenier; als hij zijn beroep moest opgeven dan liet hij niet zonder trots opschrijven: “Ridder der Militaire Willems-Orde”.

In 1848 raakte Schade verwikkeld in een jarenlange discussie met het gemeentebestuur van Nederweert en het Rijk. Het dispuut ging over de uitbetaling van zijn legerpensioen, die was stopgezet omdat zijn naam op een lijst leek te ontbreken. In 1853 moest de overheid tot haar schande bekennen dat zij een administratieve vergissing had gemaakt en werd Schade door tussenkomst van het gemeentebestuur alsnog in zijn rechten hersteld. Nu nog een straatnaam…

Alfons Bruekers