Skip to content

Jan Bongers

(1888-1969)

Misschien woonde vroeger in de gehele gemeente Nederweert buiten de pastoor en de burgemeester niemand die bij de bewoners bekender was dan Steemes Janke. Hij had maar liefst vier verschillende bijnamen, als je daar tenminste Janke Bongers als eigenlijke roepnaam in meerekende. Hij stamde uit een landbouwersfamilie, die vroeger achter de sluis van de Noordervaart in de eerste boerderij aan de linkerkant van de huidige Hulsenweg woonde. En lang geleden woonde daar de familie Steemes, waarnaar die boerderij in de volksmond dan ook Bi-j Steemes werd genoemd.

De tweede bijnaam van Janke Bongers luidde Beijes Janke naar de naam van een boerderij aan het pleintje in de Kerkstraat. Deze was het stamhuis van de bekende Nederweerter patriciërsfamilie Beijes en ze voerde natuurlijk de huisnaam Bi-j Beijes. Ten slotte zeiden de mensen tegen hem soms ook Verhappes Janke, welke verwees naar de naam van zijn echtgenote (Verhappen). In feite had hij zijn bekendheid niet te danken aan het bezit van zoveel bijnamen, maar had hij zijn bijnamen juist te danken aan zijn grote bekendheid bij de inwoners van Nederweert.

Het toeval wilde namelijk, dat Janke in het bezit was van een zwaar Belgisch trekpaard, dat altijd erg kalm de vele zware karweitjes op de boerderij voor zijn rekening nam. Behalve met dat werk wist Janke zich ook op andere wijze nog een kleinigheid bij te verdienen voor zijn groot gezin. Zijn zware viervoeter trok bij gelegenheid de naast de parochiekerk in een oude loods gestalde sjees van de parochie. Wanneer het slecht weer was of er een verre tocht buiten de parochiegrenzen gemaakt moest worden, dan werd een beroep op Janke gedaan. Die zorgde voor de versiering van de haam van het paard met de zogenaamde rungelkes, kleine heldere belletjes, zoals je die ook kunt vinden bij altaarschellen.

De gelovigen werden zodoende vaak nog eerder door het oor dan door het oog gewaarschuwd voor de komst van Ons Heer. Bij het passeren was het dan de bedoeling, dat de mensen eerbiedig een kruisteken en een kniebuiging maakten. Het was dus geen wonder dat een beetje van die eer afstraalde op Janke en eerlijk gezegd verdiende hij dat ook dubbel en dwars. Hij stond allerwege bekend als een goed mens voor iedereen en hij had een bij zonder vriendelijk en innemend karakter. En die vriendelijkheid werd hem door de gemeentenaren met rente terugbetaald.

Janke was in het algemeen een kalme en werkzame man, maar dat hij anderzijds niet bepaald voor de poes was bewees hij op het laatst van de oorlogsjaren. Bij zijn afwezigheid hadden de bezetters zijn dierbare paard gevorderd en meegenomen. Dat trok hij zich zo erg aan, dat hij bij thuiskomst ter stond de smidse van Oscar Cox opzocht, waar zijn paard naar toe was gevoerd om door de Duitsers te worden beslagen. In zijn grote verontwaardiging praatte hij zo’n heftig en verward soort Duits, dat de Duitsers hem het paard in hun verbouwereerdheid zonder tegensputteren teruggaven. Janke keerde triomfantelijk met zijn geliefde huisdier huiswaarts, waar zijn vrouw en kinderen hem in grote angst stonden op te wachten. Eenmaal thuis besefte hij pas ten volle welk een groot risico hij had genomen, al was dit optreden dan ook zo succesvol verlopen. Het duurde geruime tijd, voor dat hij ophield met beven en zichzelf weer enigszins in bedwang kreeg. Ze hadden hem voor hetzelfde geld kunnen neerschieten en dan was hij bedankt geweest voor zijn moeite!

Henk Teunissen, Alfons Bruekers, Huub Janssen en Frits Knapen

Eerder gepubliceerd in: Nederweerts Verleden, met Naam en Toenaam, Nederweert 2002.