Skip to content

Hans de Hoendervanger

( ? – 1595)

Een van de meest gewelddadige inwoners die Nederweert ooit gekend heeft, leefde in de zestiende eeuw. Zijn naam was Hans de Hoendervanger, geboortig van Eindhoven en eigenaar van een herberg in de Kerkstraat. Tegenwoordig zou men iemand als Hans een draaideurcrimineel noemen. Hij was geweldpleger, stalker, pedofiel, psychopaat, kinderlokker en verkrachter in één persoon.

In het Nederweerter dorpsleven van de jaren 1580-1590 was Hans regelmatig een steen des aanstoots. Meer dan eens liep hij onder invloed van alcohol rond met een steekdolk en soms was hij gewapend met een geweer. Talloze malen had hij inwoners, ook ouderen en kinderen, gemolesteerd, beledigd, aangerand of verkracht. Maar even zo vele malen toonde hij berouw en zocht hij zijn slachtoffers op om het goed te maken. In ruil voor hun stilzwijgen gaf hij hen geschenken. Tijdens een roofoverval had Hans een dienstmaagd, Mett Joesten, bedreigd met zijn dolk. Daarmee rondzwaaiend had hij onbedoeld een baby in een wieg verwond. De hevig tegenstribbelende dienstmaagd werd met de dolk aan haar haarvlecht op de lemen vloer vastgeprikt. Terwijl hij zich aan haar vergreep beet hij haar toe: “Ik heb in mijn leven al heel wat hoeren gehad, maar nog nooit zo’n kreng als jij!”.

In 1594 werd een achtjarige meisje uit Weert door Hans onder bedreiging met een dolk mishandeld en tot viermaal toe verkracht. Dat gebeurde in een greppel bij de windmolen van Rosveld. Toen het meisje enige tijd later bij de kerk de verkrachter herkende en haar moeder inlichtte, viel het doek voor Hans. Justitie ging op zoek naar de voortvluchtige crimineel. Op de Maaseikerweg in Weert werd hij uiteindelijk aangehouden en vervolgens in de zwaarbewaakte gevangenis van de Maaspoort opgesloten.

Tijdens het gerechtelijk onderzoek werd Hans voor verhoor op de pijnbank gelegd. Op 22 december 1594 legde hij een eerste bekentenis af. Korte tijd later trok hij die verklaring weer in, met het excuus dat hij alles gezegd had uit angst opnieuw gemarteld te worden. De getuigenverklaringen waren in de ogen van de ondervragers echter overtuigend genoeg. Hans werd schuldig geacht aan verkrachting, geweldpleging, straatschenderij, huisvredebreuk, overspel, bedreiging en mishandeling. De aanklager memoreerde als saillant detail dat Hans tijdens zijn inbraken meermalen zijn behoefte had gedaan in moespotten, boterkarnen en biertonnen. Hij eiste de doodstraf en inbeslagname van de bezittingen.

Op 13 januari 1595 velden de schepenen hun vonnis. Zij achtten Hans schuldig aan het ten laste gelegde en veroordeelden hem tot de dood door onthoofding. Met een zwaard zou men door de hals slaan, om vervolgens het onthoofde lichaam op een wagenrad ten toon te stellen. Waarschijnlijk nog diezelfde dag werd het vonnis onder massale belangstelling van het uit Weert, Nederweert en verre omgeving samengestroomde publiek voltrokken. Zij allen waren er getuige van hoe de misdadige herbergier uit de Kerkstraat, die zoveel inwoners gedurende lange tijd onheil had berokkend, uiteindelijk zijn kop verloor…

Alfons Bruekers