Kôw Lins (Laurentius Bijlmakers) was in het begin van de vorige eeuw ‘wereldberoemd’ in Nederweert. Zoals zijn bijnaam al aangaf, had hij veel verstand van vee, vooral koeien. Hij genoot een groot vertrouwen bij de boeren. Lins voerde operaties uit bij opgestijfde koeien, redde vee van verstikking en kon zelfs pijn ‘wegbidden’.
De gang naar een veearts werd in de tijd van Kôw Lins niet gauw gemaakt. Als het ging om paardenziekten was je bij de hoefsmid aan het juiste adres. Dat was bijvoorbeeld het geval als er sprake was van een ‘hoefbevangen’ paard. Zo’n paard had door een sterke inwendige bloeding hevige pijn in de voorhoeven. Het effect lijkt op een blauwe nagel bij een mens: intense pijn en een kloppend, drukkend gevoel. Het paard probeerde dan de hoeven te ontlasten door op de hielen te gaan staan, bij voorkeur niet te bewegen of, nog liever, te blijven liggen. De oplossing was om de bloeddruk van het paard te verminderen door een halve tot hele emmer bloed af te tappen. Daartoe gebruikte men als heelmeesterswerktuig een ‘vleem’ of vlijm, letterlijk een vlijmscherp mes. Daarmee werd in de halsslagader een insnijding gemaakt door het mes met een houten hamer door de dikke paardenhuid heen te slaan. Anders dan de beschrijving wellicht doet vermoeden was dit geen kwakzalverij of primitieve plattelandsgewoonte, maar tot in de jaren zeventig een officiële veeartsenhandeling.
Alfons Bruekers