In Ospel leeft niemand meer, die op school nog onderwezen is door meester Diemel. Maar net als bij andere historische figuren, is er rond zijn persoon een zekere legendevorming ontstaan. Mensen die ooit bij meester Diemel in de klas hebben gezeten, spraken decennialang later nog met een vleugje weemoed over hem.
Alleen al het feit dat bejaarde Ospelnaren bijna liefkozend spraken van Diemelke, zelfs degenen die niet bij hem in de klas hadden gezeten, heeft iets vertederends. Zijn wieg stond in Maastricht in 1866 en zijn aanstelling in Ospel ving aan in 1885. Hij was toen 18 jaar. In mei 1900 werd deze kinderpedagoog eervol ontslagen als leerkracht. De plaatselijke schoolcommissie, die elk jaar rapport uitbracht over de toestand van het onderwijs, was lovend. Ze noemde hem een vlijtig en oppassend man, die met vrucht zijn lessen gaf. En deze commissie, ingesteld bij de Onderwijswet van 1857, nam anders bepaald geen blad voor de mond. Zij schreef bijvoorbeeld in 1897 dat het onderwijs van de Heer Smeets, onderwijzer te Ospel, ‘te wenschen overlaat’. Er werd wel aan toegevoegd dat de inwoners van Ospel ‘welke hem plagen en voor de gek houden’ hieraan medeschuldig waren.
Toch was meester Diemel niet helemaal onbesproken. In 1899 kregen B&W van Nederweert per brief een klacht over hem. Deze was afkomstig van de firma Lochmann, een kledingzaak uit Amsterdam. Zij beklaagde zich erover dat de meester zich voor 26 gulden een ‘fantaisie-costuum’ had laten aanmeten dat hij bij herhaling weigerde te betalen. Het bedrijf vroeg ten einde raad aan B&W om in te grijpen.
Net als zijn collega Smeets werd ook Diemel wel eens voor de gek gehouden. Het moet rond 1900 zijn geweest dat hij ’s ochtends naar school fietste. Onderweg zag hij de Ospelse boer Gubbels, zwager van burgemeester Hobus van Nederweert. “Wao gao jae nao tow?”vroeg deze, waarop Diemelke zei: “Nao school”. Boer Gubbels, die wel van een grapje hield, reageerde met: “D’r es vandaag toch gein school, det heb ich oppe gemeindje gehuuerdj. Gae zeetj nogal gek om dan toch nao school te gaon. As ich uch woor, deej ich op Zeumere aan”. Dat laatste zei Gubbels omdat hij wist dat meester Diemel, die jong weduwnaar was geworden, inmiddels verkering had met een meisje uit Someren.
Eenmaal bij de school in Ospel aangekomen, vertelde Diemel van deze ontmoeting. Hij liet echter de woorden ‘de zwager van’ achterwege en vertelde: “Ik kwam de burgemeester tegen en die zei dat er vandaag geen school was”. De gevoeligheid voor autoriteit, in die jaren nog erg groot, deed meester Verreusel (het hoofd van de school) na enige aarzeling besluiten om alle kinderen naar huis te sturen. Want een opdracht van de burgemeester kon men niet negeren, nietwaar? En Diemelke is toen naar zijn meisje in Someren gefietst….
Alfons Bruekers
Foto: www.diemelstamboom.nl, met dank aan dhr. W. Diemel.