Meester Toon Schreurs werd in 1907 geboren te Grathem. Na afgestudeerd te zijn aan de Bisschoppelijke Kweekschool te Roermond vertrok hij als onderwijzer naar het toenmalige Nederlands-Indië, waarna hij onder meer werkzaam was te Bandjermasin en Jogjakarta. Enerzijds zal zijn avontuurlijke karakter debet zijn geweest aan zijn vertrek naar de Oost, maar anderzijds speelde ook het feit dat in dertiger jaren van de vorige eeuw, evenals later trouwens, voor een pas afgestudeerd onderwijzer zeer moeilijk was in Nederland aan de slag te kunnen bij het onderwijs hierbij een rol. Eind jaren dertig repatrieerde meester Schreurs naar Nederland.
In 1941 volgde zijn benoeming aan de Gerardusschool van Nederweert-Eind, terwijl in 1959 zijn overplaatsing naar de Lambertusschool in Nederweert volgde. Op 1 september 1963 volgde hij aan deze school mester Van de Heuvel als hoofd op. Ook is hij nog een periode lid geweest van de Nederweerter gemeenteraad. In november 1971 overleed meester Schreurs.
Eind 1946 verscheen van zijn hand en die van zijn collega-onderwijzer Hans Nieskens het boek “Het vaderland spreekt tot de jeugd”, een bloemlezing van artikelen van zeer gerenommeerde schrijvers uit het Nederlandse taalgebied met als doel om een moreel appel op de Nederlandse jeugd te zijn.
Huub Janssen
In meer dan één opzicht een merkwaardige figuur in onze dorpsgemeenschap was meester Schreurs. Mijnheer Schreurs heeft op zijn wijze in denken, woord en daad de gemeenschap gediend. Hij wilde helpen de wereld te verbeteren, hij wilde de mens in de samenleving gelukkiger zien. Gedurende enige jaren trachtte hij een kwijnende K.A.B. tot meer activiteit te inspireren. Velen heeft hij van advies kunnen dienen. Voor de kleine man was in die tijd goede raad duur, hij gaf die raad altijd weer bereidwillig en belangeloos, ook al hield hij er wel eens niet meer aan over dan ongenoegen en teleurstelling.
Hij was ook lid van de gemeenteraad. In de raad was hij allesbehalve een jaknikker, liever zwom hij tegen de stroom op dan zich op de kabbelende golfjes van een zelfgenoegzaam “laat maar draaien” te laten meedrijven. Het was onvermijdelijk, dat bij hem, de noncorfmist, wel eens “heilige huisjes” in het gedrang kwamen. Een deel van deze befaamde huisjes is met veler instemming al lang gesloopt maar nog voor ort leken ze onaantastbaar.
Als progressief denkend man stond hij achter het streven van de hedendaagse jeugd, maar de buitensporigheden, waartoe deze jeugd tengevolge van te grote vrijheid en teveel weelde geneigd is, vervulde hem met zorgen.
Mijnheer Schreurs was voor alles onderwijsman en al heeft hij slechts korte jaren als hoofd de dorpsschool geleid, hij heeft ongetwijfeld zijn stempel op deze school gedrukt. Dat was ’t stempel van strenge orde en tucht. De vernieuwing van het onderwijs zoals hem die voor de geest stond, heeft hij niet meer kunnen voltooien. Zijn pijnlijke nauwgezetheid, die hij ook van anderen eiste, bracht hem in de roep een al te strenge moeilijk te bevredigende baas te zijn. Het moet gezegd, dat de ziekte, die hem vijftien jaar geleden verraderlijk overviel en waarvan hij nooit meer geheel herstelde, zware schaduwen op zijn leven en werk wierp.
“De grote zomer sterft” zingt Pater Jac. Schreurs in een gedicht, dat we op zijn gedachtenisprentje vinden afgedrukt. De grote zomer was voor hem al lang gestorven, zijn laatste levensjaren waren een aaneenschakeling van sombere, mistige herfstdagen, waarop, hij wist het. Geen nieuwe lente volgen zou. Maar wie zijn goeie tijd meemaakte, herinnert zich een man, die bij kout en een glas bier, bij wandelingen in Gods vrije natuur en op de jacht, een heel gezelschap kon amuseren. Die trek had hij nog met zijn levensblije Grathemer voorvaderen gemeen. Onder de donkere wolken van ziekte en dood mag deze zonnige zijde van zijn karakter toch niet worden vergeten.
Meester Schreurs, allen danken u voor alles. Vriend Toon, we hebben nu afscheid genomen, rust in vrede en tot ziens.
September 1971, H.N. [initialen van Hans Nieskens], in:Weekblad voor Nederweert, 10 september 1971